stilte

hallo , ik wil hier in alle rust gedichten kunnen schrijven

moeder lief

 

Moeder

hoe vaak denk ik aan jou

aan heel mooi momenten

 

samen naar de markt

heerlijk gezellig kaarten

genieten in de tuin

samen wat praten

 

gezellige thuis dat maakte jij

voor ons allemaal

moeder lief

een vrouw zo speciaal

 

na al die jaren

mis ik je nog steeds

moeder lief

jouw echt het meest

 

door seizoenen heen

Je omarmde mij

met de winden van het noorden

over de zuidervlakte van de zomer

 

terwijl de sneeuw

zich nestelde tussen de eerste lentebloesem

de herfst nog nakend aan de bomen hing

 

liet jij mij

baden in het zonlicht

van je zo lieve , zachte lach

genoten met ons twee

ik bleef

even hangen in schaduwenland

met ogen vol nevels omringt

 

zo stil bleef ik hier even staan

bij ’t aanschijn van de winterzon

die zachtjes boven het water verscheen

 

verwonderd over de schoonheid

geluiden van vogels en wind

golven die tegen de kade klotsten

 

ik voelde

jouw zachte hand weer in de mijne

genoot van ieder moment

ons klein beetje geluk

nieuwjaar

 

’t Nieuwe jaar is opgestaan

uit het oude herrezen

iedereen zit weer tesaam

wensen aan elkaar gegeven

 

de feesttafel gul gedekt

met champagne overspoelt

maar niet iedereen feest zo

geeft een droef gevoel

 

in oorlogsgebieden vecht men door

de mensen in de straten

krijgen vaak geen gehoor

 

voor hen is het niet fijn

om met nieuwjaarsdag er niet bij te zijn

 

ik luister naar de wind

Ik luister

naar stormachtige winden

de stilte verwoesten

met hun daverende geluiden

diep in mijn hoofd

 

verborgen

geheimen koesterend

alsof ze een schat

zijn voor de eeuwigheid

kwetsbaar

 

breekbaar

zo opeens in scherven gevallen

in stukken verdeelt

wetend

dat het zich in kleuren herstelt

kleine , lieve vriend

Een fijn moment

toen ik in jouw schattige oogjes keek

jouw kwispelend staartje

 je lieve snoet

dat maakte mijn dag

weer reuze goed

 

je keek me aan

ik nam je op

en voor ik het wist

was ik aan jouw verkocht

 

zo lief

mijn kindjes schaterde van pret

toen ik heel zachtjes

je in je mandje heb gezet

schaduwen

Ik kijk

over torenhoge gebouwen

zwevend

langs groene longen

boven blauw ,benevelde wolken

naar het aardse dal

duister

de kleur van mensen

als schaduwen

over zichzelf lopend

zwart

de massa

waarin ik verdwaal

alsof het woord in stilte valt

Ik voel

enkel woorden

als een stille waterplas

waarin druppels vallen

rimpelend

golvend

in wervelende lijnen

zinnenspelend

letterend

enkel één ogenblik

alsof

het woord

in stilte valt

waar woorden worden geboren

Jij die iedere dag

een woordenschat aan woorden

schrijft

 

dag in , dag uit

aan het sprokkelen gaat

met de fijnste zinnen

 

een letterbank

op z’n eigen maakt

 

weet jij

waar je het blijft vinden

 

in je diepste kamer

opgeslagen in een databank

 

of in het reine

van jezelf

 

dat in je hart

ontstaat

zoals muziek

Zoals muziek

me doet dromen

meeslepend naar theaters

waar een symfonie

van zachte klanken weerklinkt

gespeeld door een pianiste

zo zouden mijn zachtste dromen

altijd mogen zijn

verfijnd en romantisch

zoals één nacht

met jou

zilverreine ster

Zilverreine ster

 

hoog aan de het hemelse luchtruim

 

vertel eens een verhaal

 

van zachte regenbogen

 

 

van kleurenpracht

 

die eindeloos lijkt te zijn

 

van einder tot einder

 

zo maar ontstaat

 

 

van wolken die als

 

pluizen bolletjes aan de lucht verschijnen

 

en in vaak donkere wolken

 

van regenbuien verdwijnen

 

 

zilverreine ster

 

toon mij de nacht

 

waar een verhaal verschijnt

 

in kleurenpracht

 

ik ben gelukkig

Ik ben gelukkig

 

als ik schrijven kan

 

de letters tot woorden

 

kan vormen

 

 

me inleef in de tekst

 

kan wegdromen bij

 

zachte gedichten

 

die stilaan ontstaan

 

 

want ieder letter

 

elk zacht geschreven woord

 

is er altijd één

 

die bij mijn eigen leven hoort

 

zijdezacht

Zijdezacht

 

een prachtig geschrift

 

van zachte tinten

 

geschreven

 

door een liefdevolle hand

 

 

fijne stofdeeltjes

 

in letters gedeeld

 

gebogen tot oud schrift

 

kaligrafisch samengesteld

 

 

tot een wondermooi

 

zacht lezend gedicht

 

wanneer men schrijft

wanneer men schrijft

in stille woorden

gebundeld in

een mensenleven

voelt men dan niet

de pijn

 

wanneer men leest

de stille woorden

van een leven

denkt men dan

dat had het mijne kunnen zijn

 

of denkt men gewoon

het is maar een schrijven

’t is maar een mensentaal

maar achter dat stille schrijven

schuilt er wel een heel verhaal

verder hoef je niet te gaan

verder hoef je niet te gaan

om de schoonheid te aanschouwen

van ’s werelds wonderdoos

 

verder hoef je niet te gaan

kijk naar de kleine wonderen

die het aardse dal je geven

 

aanschouw het met je hart

neem het heel diep in je op

dit heel speciale plaatsje

 

en wanneer je er terug komt

na dat jaren zijn vergaan

dan weet je het heel zeker

 

verder hoef je niet te gaan

spiegelend hart

Spiegelend hart

met een  venster van helder kristal

zo eenzaam en koud achtergelaten

in de lade van verdriet

 

waarin zich de postkaarten

van voorbije jaren opstapelden

en ieder woord geplaveid werd

door verlaten worden

 

waarin slechts de momenten

van doelloosheid rond dwalen

wetend dat enkel de tijd

de wonde zal helen

zoektocht naar jezelf

ik ken niet de dagen

die vliegensvlug voorbij fladderen

gehaast en zonder na te denken

elk uur geen uur kan zijn

 

de rust die zoek ik op

in verschillende taferelen

van even verpozen tot genieten

in een samenspel van tijd

 

even niets om me heen

de wereld even aan de kant gezet

enkel mezelf vinden in de kalmte

op de zoektocht door het leven

ver van huis

Ver van huis

 

Altijd rijden

steeds maar door

met een vrachtwagen volgeladen

de handen stevig aan het stuur

verder zonder te dralen

 

dan weer stoppen

een kwartiertje maar

vlug een koffie en een boterham

vriendelijk zijn

reken maar

weer maar verdergaan

 

’s avonds laat kom je thuis

soms moe nog even buiten

de krant  , wat tv

en dan slapen tot het ochtend word

 

weer de baan op

iedere dag

weer opnieuw

hopen je kent geen tegenslag

en toch ben je ver van huis

 

vrachtwagenchauffeur

’t is je leven

altijd op de baan

kon het nu maar heel even

eens gewoontjes gaa

jij nevelt

Jij nevelt

het hele dorp

in mistige slierten

die zich zachtjes ontplooien

in diepe stilte

 

een wazige schijn

tovert lijnen

in de laaghangende

spinnenwebben

en als een parelsnoer

hangen jouw druppels

als kleine diamantjes

in de draden

 

en ik kijk naar jou

met een mistig gevoel

herst uit een kindermond

Zo zacht

als een blik in je ogen

die ’s morgens

het herfstachtige beeld

bekijken

de kleuren waarnemen

van geel , bruin en groen

die een betoverend landschap

achterlaten

en je kijkt met je glunderde oogjes

naar dit prachtig schilderij

van natuurlijke tinten

en heel zachtjes zeg je

alsof je het mooie niet wil verstoren

en in alle rust wil laten

 

wat is dit mooi